Het transitieteam Circulaire BouwEconomie aan het woord

16-11-2017 0 reacties

De leden van het team werken samen aan een transitieagenda voor de bouw. Wat betekent minder gebruik maken van materialen en hoogwaardig gebruik maken van materialen en producten voor de bouw?

Welke kennis over circulariteit ontbreekt nog, hoe kunnen financiële belemmeringen worden weggenomen en wat zijn sterke voorbeeldprojecten? De leden van het team delen hun kennis en ideeën over circulariteit in de bouw om gezamenlijk een transitieagenda op te stellen dat richting geeft aan de ambitie ‘Nederland circulair in 2050’. Alle persoonlijke interviews met de leden waarin zij de uitdagingen van een circulaire bouweconomie toelichten, zijn binnenkort te lezen onder de kop ‘teamleden’, onder de pagina transitieagenda bouw. Hier leest u het eerste interview met de voorzitter van het transitieteam prof.ir. Elphi Nelissen.

Vanuit haar werkplek op de TU/Eindhoven kijkt prof.ir. Nelissen uit op de renovatie van het hoofdgebouw van de universiteit. Deze renovatie, waarbij duurzaamheid een belangrijke rol speelt, is voor Nelissen iets om trots op te zijn. Samen met de stuurgroep duurzaamheid beïnvloedde zij de ontwikkeling van het gebouw. Als voorzitter van het transitieteam Circulaire BouwEconomie probeert Nelissen een breed draagvlak te creëren voor circulariteit in de bouw en met het transitieteam tot een agenda te komen die door iedereen wordt gedragen.  

Aan tafel

Nelissen begon 25 jaar geleden al met een integrale manier van werken. Tijdens haar tijd bij Nelissen ingenieursbureau b.v. bracht zij partijen bij elkaar om integraal advies te geven over fysieke installaties, duurzaamheid en akoestiek. “De samengebrachte kennis stond ter beschikking aan de kwaliteit van het bouw.” Nu zit Nelissen met zestien partijen uit de bouwsector aan tafel. De mix van de verschillende partijen die aan tafel zitten, vindt Nelissen interessant. “Samen zorgen dat er een goed stuk komt. Dat is de uitdaging.” Een goed stuk is voor Nelissen een zo’n concreet mogelijke transitieagenda voor de bouw en geen wollige woorden waar niemand iets mee kan. “Dit is nodig om in kaart te brengen wat we moeten doen om over 5 jaar het basiskamp voor een circulaire bouweconomie te hebben. Vanuit het basiskamp gaan we vervolgens acteren. Als je vaag blijft, loop je misschien wel zo min mogelijk risico”, maar dat is niet de koers die Nelissen wilt varen. “We moeten nu eerst gaan inventariseren, vervolgens moet het er staan en dan moet het uitgerold gaan worden.”

Het waarom

De aanleiding voor de agenda is voor Nelissen duidelijk. “In de bouw moeten we erin slagen een gebouw te maken dat niet meer belastend is, grondstoffen uitput en de omgeving aantast. Grondstoffen zijn schaars of kunnen dat worden als we op de huidige manier doorgaan. Dit geldt al voor staal. Een heleboel wordt gecirculeerd. Als we dat niet doen dan raakt het op. Je kunt daarnaast wel grind blijven afgraven, maar dat tast wel de omgeving aan. Als je dat kunt beperken of naar nul kunt terugdringen is dat beter.” 

De voorbeelden

Eén van de punten op de agenda is voorbeeldprojecten. “Iedereen denkt: circulariteit wat is dat nou? Je moet kunnen laten zien wat het is, dat prikkelt mensen. Niemand vroeg ooit naar een IPhone, maar toen die er was en iedereen zag wat de iPhone allemaal kon, wilde iedereen hem hebben. Dat geldt ook voor een duurzaam huis, kantoor of school.” Op de TU/Eindhoven staat al een biobased brug gemaakt van biocomposiet. Met andere woorden: de brug is gemaakt van natuurlijke grondstoffen die weer opnieuw kunnen aangroeien. Ook circulair aanbesteden moet worden opgenomen in de agenda, aldus Nelissen. “Als je dat opneemt, dan ziet de industrie dat zij circulair moeten aanbieden. Dat kunnen ze nog niet voldoende. Het is een drive om diensten, producten en aanbiedingen te maken die wel circulair zijn. Het aanbod is dan een antwoord op de vraag die wordt gesteld.”

Kansen en uitdagingen

Volgens Nelissen zijn er kansen en uitdagingen voor de agenda. “De aandacht voor circulariteit wordt alleen maar groter. We hebben de kans om te zeggen: “we hebben geld nodig.” We kunnen daarnaast bedenken hoe we dat geld inzetten voor onze plannen”. Een andere kans is dat Nederland voorop loopt in circulariteit. “Het risico is dat je het braafste jongetje van de klas bent, dat je meer geld uitgeeft aan gebouwen en daarmee minder concurrerend bent. De kans is dat je het land bent waar circulariteit is ontwikkeld en wordt toegepast en waar anderen willen komen leren. Dit laatste biedt kansen voor bedrijven als anderen kennis en producten willen kopen.”

Anticiperen

De transitie naar een circulaire economie betekent ook dat er bedrijven zullen omvallen en dat nieuwe bedrijven zullen ontstaan. “Hier moet je niet van wakker liggen”. Ook niet omdat er beroepen zullen verdwijnen, stelt Nelissen. “Als jouw beroep op de nominatie 24   staat om te verdwijnen, moet je hier wel op anticiperen. Denk aan omscholen, bijscholen en misschien kan je jouw beroep wel moderniseren”. Binnen het onderwijs merkt Nelissen al een verandering. “De nieuwe generatie is meer met het onderwerp bezig dan de oude generatie.” Circulariteit is al in het onderwijs verweven, maar nu maakt Nelissen het ook zichtbaar. “Studenten kunnen vakken volgen over circulair bouwen en krijgen na afloop een certificaat.” 

Zelf doen

Naast de zakelijke interesse, houdt circulariteit Nelissen ook bezig in haar privéleven. Zo woont Nelissen in een huis zonder gasaansluiting en rijdt ze in een elektrische auto. “Practice what you preach”, zoals Nelissen stelt. Dat voorbeeldprojecten werken, ervaart Nelissen dan ook zelf. “Nog steeds komen mensen naar ons huis kijken dat al 11 jaar oud is.” Op de vraag wat de consument kan doen om de stap te zetten naar circulariteit, antwoordt Nelissen dat het een kwestie is van prioriteiten stellen. “Bij alles wat je doet is er een circulair alternatief. Ga je schilderen? Kies dan een verfstof die minder belastend is. Ben je op zoek naar nieuwe kleren, organiseer dan een kledingbeurs of geef je kleren weg. “Het is altijd veel beter om te gebruiken wat je al hebt.” Dit laatste geldt ook voor het transitieteam. Ook na het opstellen van de agenda wil Nelissen het transitieteam bij elkaar houden. 

Prof.ir. Elphi Nelissen is hoogleraar Building Sustainability bij de Technische Universiteit Eindhoven en daarnaast als Decaan bestuurlijk verantwoordelijk voor de Faculteit Bouwkunde. Sinds januari 2016 is Elphi Nelissen voorzitter van de Sociaal Economische Raad Brabant (SER B) en lid van het College van Overleg van BrabantAdvies. In 1991 heeft ze Nelissen ingenieursbureau b.v. opgericht als onafhankelijk ingenieursbureau op het gebied van bouwfysica, akoestiek en installatietechniek. Tot slot bekleedt Nelissen een aantal nevenfuncties, zoals het voorzitterschap van het TU/e Smart Cities Center, het bestuurslidmaatschap van SPARK Campus, lidmaatschap van de taskforce Bouwagenda en is zij voorzitter van het transitieteam Circulaire BouwEconomie.

 

 

0  reacties