Paul Terwisscha van Scheltinga: Een financiële driver

Op lokaal niveau werkt Paul Terwisscha van Scheltinga van Woonbedrijf al aan circulariteit in de bouw. Met het transitieteam Circulaire Bouweconomie wil Terwisscha van Scheltinga op grote schaal veranderingen brengen. “De echte versnelling in de gewenste veranderingen gaat komen als je de economische kaders echt omzet.” Dit is heel simpel volgens Terwisscha van Scheltinga. “Stoppen met omzetbelasting en het invoeren van CO2-belasting. Volgens mij gaat het dan vliegen.”

Termen van doen

“Het gaat minder om het behouden van schaarse grondstoffen. De meeste producten in de bouw zijn producten die we al hebben en nog lang beschikbaar zijn. De prioriteit is dat de bouw CO2 intensief is.” Terwisscha van Scheltinga omschrijft het productieproces in werkwoorden. “Dit zijn termen van doen die altijd energie kosten. Delven, transporteren, opslaan, reinigen, voorbereiden, produceren, assembleren, opslaan, asfalteren, repareren, etc. Kijk naar de levensduur van een woning en de maak- en gebruiksfase, dan kom je op de een verdeling van 40 – 60%. De 60% gaat over de energie waar je als bewoner invloed op hebt, zoals verwarmen en douchen. De 40% zit in de productie. Dat is gigantisch. Als je doordenkt over circulariteit is het terugdringen van het gebruik van fossiele energie de grote opgave. Wil je die disruptie realiseren, dan moet je incentives geven. Een financieel voordeel op verantwoord energiegebruik zal de sector enorm stimuleren tot slim circulair werken.”

Win-Win

“Daar zit ook een win-win sleutel. Als je bereid bent met de keten het proces te optimaliseren, te vereenvoudigen, korter te maken en maximaal klantgericht te maken, dan ga je de logistiek beperken. Je maakt de keten korter. Het wordt goedkoper terwijl je het maximaal kunt gebruiken. Dan kun je kijken hoe je een gesloten kringloop maakt.” Terwisscha van Scheltinga vertelt over een voorbeeld waar ze bij sloopwoningen onderzochten wat ze er nog aan hadden. “Onze vakmannen liepen alle sloopwoningen langs en haalden er van alles eruit wat nog gebruikt kon worden. Dan krijg je wel nieuwe vraagstukken, namelijk: hoe ga je dit beheren en beheersen op een grote schaal?”

Man op de maan

Zo’n verandering moet wel intern gedragen worden, omschrijft Terwisscha van Scheltinga. “Je kunt wel een duidelijk maatschappelijk verhaal neerzetten, maar de drive moet er zijn. Vakmannen die ‘tweedehands’ artikelen moeten toepassen, dat gaat het niet werken. Iemand moet overtuigd zijn om goede bouwproducten een volgend gebruik te geven. Voor bewoners geldt hetzelfde, tevreden over een gereviseerd product in plaats van sceptisch.” Misschien moeten we de ambitie ‘Nederland circulair in 2050’ vergelijken met de uitspraak van Kennedy om in hetzelfde decennia nog een man op de maan te zetten, oppert Terwisscha van Scheltinga. “Dat heeft veel aandacht en wil gekost om dat te doen, maar de mensen vonden het geweldig. Het begint bij bewustwording. Als we dit als land echt willen, ga ervoor staan, ga het brengen en het vertellen. Maak circulariteit het feestje van het land.”

Kennisdeling

“Daar is veel kennis voor nodig. Veel kennis is er al maar deze moeten we ook verbinden en naar een hoger level brengen. Hergebruik is op logistiek niveau complex. In de bouw wil je producten just in time hebben. Je kunt niet een maandje wachten. Dat soort risico’s worden groter bij circulariteit. Daar is allemaal kennis voor nodig. Terwijl de Bol.commen van deze wereld het logistiek tiptop in orde hebben. Het is dan ook geen nieuwe innovatie maar we moeten onze kennis stretchen. Ook bouwkunde opleidingen zijn vaak gericht op het maken van iets nieuws. Het werken met bestaande producten moet gaan landen in de opleidingen. Dat zijn andere vraagstukken.” Volgens Terwisscha van Scheltinga moet je de kennis achteraan opdoen, dus bij de zaken die uit de gebouwen beschikbaar komen. “Zo weten wij nu als Woonbedrijf dat er jaarlijks een grondstoffen stroom van 60.000 ton uit onze woningen komt en waar die stroom uit bestaat. Op basis van deze kennis richten wij onze activiteiten om de ‘stroom’ circulair te maken.”

Zelf het voorbeeld zijn

Woonbedrijf richt zich op de uitstroom. Wat komt er uit de woningen en hoe kunnen ze daarop sturen? Intern hergebruik staat voorop. Een tweede optie is extern hergebruik bij de eigen leveranciers, zodat het contact onderhouden blijft.

Het nieuwe kantoorpand van Woonbedrijf is daar zelf een voorbeeld van. Bij het terugbrengen van het aantal kantoorpanden verspreid over de stad naar één centrale locatie, zijn duurzame keuzes gemaakt om de footprint te verkleinen. Tapijt en meubilair dat nog geschikt was, is meegegaan naar de nieuwe locatie. De oude kantoorpanden worden getransformeerd naar kleinere woningen. Met trots vertelt Terwisscha van Scheltinga over Woonbedrijf. “Vanuit haar taakstelling en het bedrijfsmodel is een corporatie een duurzaam verantwoordelijk rentmeester van haar woningbezit. Als Woonbedrijf voelen we die verantwoordelijkheid tot in onze haarvaten. Dit maakt dat we in alle lagen van het bedrijf actief zijn op circulariteit.”