Peter van der Mars: Een veelkoppig monster

Een van de zestien leden van het transitieteam Circulaire Bouweconomie is Peter van der Mars van de Koninklijke Metaalunie. De van oorsprong industrieel ontwerper volgde in zijn studietijd, én dat is best even geleden, al een vak gericht op het ontwerpen op demontage. Van der Mars noemt de transitie naar een circulaire bouweconomie ‘een veelkoppig monster’, waar veel kanten aan zitten.

De boodschap

“De hele sector moet mee. Dan heb je het over architecten, projectontwikkelaars, aannemers, installateurs, consumenten enzovoorts. Dit betekent dat je veel moet prediken en overtuigen. Een boodschap zoals: ‘We gaan naar een circulaire economie want dat is goed voor Nederland’, gaat niet werken. Het is dan ook belangrijk dat het transitieteam gezamenlijk een heldere en duidelijke richting formuleert om de transitie te realiseren. Iedereen snapt dat het sluiten van een kringloop een logische stap zou kunnen zijn. Dat is vooral logisch wanneer er materiaal schaarste is, alleen is dat in de bouwsector niet het geval.” Dit maakt de boodschap voor een circulaire bouweconomie ingewikkeld.

Marktmechanisme

“In de toekomst kan koper schaars worden, maar dan gaat de markt zijn werk doen. Als het materiaal schaars is, wordt het duur en gaat de markt op zoek naar alternatieven. Het alternatief is misschien niet gelijk milieutechnisch fantastisch, maar de markt doet haar werk. Als gevolg van ontwikkelingen en prijsstijgingen worden andere methodieken interessant.” Natuurlijk ziet Van der Mars ook een rol voor de overheid. “De overheid moet launching customer zijn, waardoor een trend kan worden gezet. Het gaat niet om circulair aanbesteden, maar om circulair bouwen. Heel veel initiatieven, zoals Madaster, gaan helpen in het traject hiernaartoe.” Subsidies bieden volgens Van der Mars niet de gewenste oplossing. “Uiteindelijk maken subsidies maatregelen duurder, het subsidiepotje raakt op en dan is het concept nog niet gaan vliegen.”

Bestaande tools

Van der Mars benadrukt ook de rol van reeds bestaande tools, zoals de MilieuPrestatie Gebouwen. “Na heel veel lobbyen om de MPG als instrument te introduceren, is er nu eindelijk een grenswaarde vastgesteld. De weerstad die dit oproept bij projectontwikkelaars en opdrachtgevers is groot. De MPG mag er zijn, maar moet niet in de weg zitten.” Toch is het voor Van der Mars een instrumentarium om verder aan te draaien. “Als we aan de knoppen van de MPG gaan draaien, bijvoorbeeld de grenswaarde aanpassen, dan stimuleer je creativiteit. Wanneer je met een scherpe MPG-score druk legt op de business modellen dan ontstaat er een drive. Het kan dan niet anders dan te kiezen voor hergebruik.”

Metaalsector

“Wij denken dat we het al heel goed doen. In Nederland wordt in constructieve zin in de bouw geen primair materiaal toegepast. Het is gerecycled staal. In het virgin materiaal zit al 25% gerecycled staal. Technisch gezien is het een hele grote uitdaging om dit omhoog te brengen. In 10 – 15 jaar hebben we al 30 tot 40% minder CO2-uitstoot bij de productie van virgin materialen weten te bereiken. Dit is gelukt door veranderingen in het productieproces en oog te hebben voor het feit dat je CO2 uitstoot. Toch blijft de behoefte naar primair materiaal bestaan. Bijvoorbeeld in de auto-industrie. De kwaliteit is niet na te maken met secundair materiaal. Natuurlijk als het eenmaal in de keten is gebracht, dan blijft het erin. 95% van het materiaal wordt hergebruikt. “Wij kunnen wel stappen maken op de ladder van Lansink en proberen zo hoog mogelijk te komen.” De ladder van Lansink toont de afvalhiërarchie met onderaan storten en bovenaan preventie en hergebruik. “Alleen zitten daar wel haken en ogen aan. Vragen als: wie gaat er garant staan voor de werking van het product en wie is er aansprakelijk?, maakt dat er vele kanten zitten aan een circulaire bouweconomie.” Allemaal vragen waar een antwoord op moet komen, aldus Van der Mars.

De koplopers

Van der Mars ziet ontwikkelingen bij zijn achterban. “Er wordt circulair gewerkt maar het moet wel iets gaan opleveren. Als dat niet het geval is, dan stoppen ondernemers er ook mee. Roepen dat nieuwe businesses winstgevende operaties zijn en banen gaan opleveren, is niet voldoende om een business model aan te passen. Als je een product gaat hergebruiken dan moet je ook een retour stroom gaan regelen vanuit gebouwen die gedemonteerd worden. Je moet de producten inzamelen en bepalen of ze geschikt zijn.

Daar zit een heel logistiek proces aan vast waar ook kosten aan verbonden zijn. Je maakt als ondernemer kosten voor het hergebruiken van producten. De vraag is of je deze kosten ook gaat terugverdienen.” Een antwoord op deze kwestie zit volgens Van der Mars in de rol van de overheid en fiscale stimulansen. “Als de overheid circulair bouwen initieert en partijen in de private sector een fiscale stimulans biedt die voordelen oplevert, gaat het lopen.” Van der Mars roept de achterban op om te onderzoeken waar business modellen kunnen liggen om producten te hergebruiken of hoogwaardig te recyclen. “Grijp de kans als je deze ziet liggen en laat het zien. We doen het goed en daar moeten we op voortborduren.”